Zo, tijd voor een knuppel in het hoenderhok. Een fijn debatje. Een leuke stelling waarmee we een eventuele paasstemming eens goed kunnen verpesten. Want ik vind: minder uitgeven is beter dan meer verdienen.
Het is niet dat niemand het met mij eens is op dit vlak, zie ook deze uitslag van een rijtje stellingen tijdens de meet-up van vorig jaar november. Helemaal leeg is de kolom met ‘minder uitgeven’ daar niet, maar ‘meer verdienen’ wint het wel. En dat klinkt logisch. Aan meer verdienen zit geen plafond, en aan minder uitgeven wel. Op een gegeven moment heb je alle overbodige spek wel weggesneden en ga je óf snijden in het spek dat juist nodig is voor de levensvreugde, óf gefrustreerd dat hele FIRE-plan aan de wilgen hangen.
Je kunt natuurlijk ook denken: zo, nu is mijn bespaarspier wel goed genoeg getraind, nu ga ik eens kijken of ik ook nog meer kan verdienen. Maar als je de eerste stap hebt overgeslagen, zul je nooit ver komen.
Ik heb het gemerkt in mijn eigen leven. Toen ik net ging studeren en in mijn eerste jaar een basisbeurs had van 425 gulden per maand, kon ik daar van leven, inclusief de huur van mijn kamer (316 gulden, wat een tijd). Ik was nooit blut. Toen kreeg ik een baantje, want ik moest ook nog mijn collegegeld voor het jaar erop betalen. Dat baantje groeide uit tot een echte baan, en daarna werd ik vanzelf een werkend mens dat ook nog even moest afstuderen, tussen de bedrijven door.
De grap is: hoe meer ik verdiende, hoe sneller ik elke maand blut was. Zelfs toen ik zes jaar geleden een flinke stap deed in mijn loopbaan en een salarissprong van 50% maakte, was er vaak aan het eind van mijn salaris nog een week over. Idioot, vond ik zelf ook. Vooral voor iemand met het zelfbeeld van een zuinig mens. Ja ja, ‘zuinig’, maar wel elke maand €3.600 opmaken zonder dat je weet waar het gebleven is.
Ik dacht weleens aan de tijd van die basisbeurs, toen ik dolgelukkig was dat ik überhaupt een kamer had, en elke dag fluitend door Amsterdam liep, blij dat ik op eigen benen stond. Ik keerde elke cent om, at alleen maar sperziebonen, aardappelen en slavinken, maar ik was nog nooit zo gelukkig geweest.
Het is natuurlijk simpel. Als je meer verdient, ga je ook meer uitgeven, want ach, wat is een dinertje meer of minder? En uiteindelijk heb je een paar honderd euro zo op. Een dure smaak ontwikkelen helpt ook. We zagen het ook in de cursus ‘The science of wellbeing‘ waar ik twee weken geleden over schreef. Welk salaris je ook verdient, je vindt eigenlijk altijd dat je meer zou moeten verdienen om echt rond te kunnen komen. Dat heeft te maken met leefstijfinflatie, en met wat de wetenschap ‘hedonic adaptation‘ noemt.
Als je een mooie nieuwe auto koopt, ben je daar eerst heel blij mee, en na een paar weken of maanden ben je weer net zo (on)gelukkig als voor de nieuwe auto. Dat geldt ook voor een nieuwe liefde, het ideale lijf, meer salaris, alles. Het geldt zelfs voor heel extreme gebeurtenissen waarvan je zou denken dat die een blijvende impact hebben op je levensgeluk. In de cursus worden twee voorbeelden genoemd, een positieve en een negatieve.
In de positieve win je de loterij, en ben je miljonair. Hoe lang heeft dat effect op je levensgeluk? Een jaar of twee. Daarna blijkt je puberzoon nog net zo vervelend als ervoor, heb je nog steeds last van je rug, en ben je gewoon weer je chagrijnige zelf. Tenzij je al blij was voor je de loterij won, natuurlijk.
Nog gekker is het in een negatieve situatie. Onderzoekers onderzochten hoe groot de impact is als je te horen krijgt dat je HIV hebt. Dat is natuurlijk gigantisch klote, maar na twee jaar blijkt dat je leven gewoon doorgaat en dat je ermee kunt leven. De daling in je levensgeluk blijkt niet nul, maar zeker minimaal. Je went er letterlijk aan. (Ik neem even aan dat dit onderzoek gedaan is in de tijd dat je niet meer automatisch ten dode was opgeschreven bij een HIV-besmetting.)
Hedonic adaptation is ook verantwoordelijk voor het feit dat je de eerste keer dat je naar een driesterrenrestaurant gaat, ongelooflijk geweldig vindt, maar hoe vaker je gaat, hoe minder het effect is. Ik ben ooit naar de Librije in Zwolle geweest, en het was onvergetelijk. Na een paar jaar ging ik nog een keer, en toen was het alweer een stuk minder indrukwekkend. Hoe vaker je iets doet, hoe minder het effect is. Dat is fijn, want dan hoef ik dus niet meer naar de Librije en dat scheelt een hoop geld.

Het mag duidelijk zijn, ik leef tegenwoordig van best weinig, dus het is gelukt om het tij te keren. Zes jaar geleden kwam ik nog te kort, inmiddels hou ik elke maand de helft van mijn geld over. Wat heb ik gedaan? Ik heb binnen een paar maanden een soort van herstart bewerkstelligd in mijn uitgaven. Het komt neer op de volgende stappen:
- Alles wat ik heb uitgegeven in een jaar nagaan. Waar is al dat geld gebleven?
- Een tijd zo min mogelijk uitgeven. Op deze manier gaf ik in mijn eerste jaar FIRE maar 33% van mijn geld uit, en de rest belegde ik. Daarmee had ik mijn uitgavenpatroon opnieuw gecalibreerd, en had ik als het ware een nieuwe basis.
- Van daaruit voegde ik alleen uitgaven toe als ik ze ervan verdacht mijn levensgeluk serieus te verhogen. Dat zijn er niet zoveel. Op vakantie gaan in de natuur, uitgaan met vrienden, van die dingen. Kost geld, maar een stuk minder geld dan elk jaar naar Bali, of elk jaar duizenden euro’s aan kleding uitgeven. Dat laatste deed ik vroeger wel.
Helemaal bewust ging dat niet, in die zin dat ik gewoon ergens ben begonnen en achteraf blijkt dan dat ik het zo heb aangepakt. Maar als je dit niet doet, in een of andere vorm, en alleen maar probeert meer te verdienen, blijf je gewoon slachtoffer van de hedonic adaptation.
Bovendien: het lijkt wel alsof er geen plafond zit aan je inkomsten verhogen, maar uiteindelijk is dat natuurlijk onzin. De sky is helemaal niet de limit. Ik verdien nu €4.500 en ik kan wel proberen daar meer van te maken, maar de kans zit er dik in dat ik dan leidinggevende moet worden, en daar heb ik niet zoveel zin in. Bovendien zitten de mensen die echt gigantisch veel verdienen, in een sector waar niet iedereen dood gevonden wil worden. Wil jij bankier worden? Ik niet.
Conclusie: minder uitgeven is beter dan meer verdienen. Of nog beter, meer verdienen werkt alleen als het eerst is gelukt om minder uit te geven. De meeste mensen die vinden dat ze meer zouden moeten verdienen, staan niet eens stil bij die eerste noodzakelijke stap, en zullen dus ook niets in hun leven oplossen. Ze zullen zelfs altijd geld te kort komen.
Zo. Nu eerst een gepocheerd eitje.

Leave a Reply