Arend Jan Boekestijn is vaak op TV, maar ik ken hem vooral als podcastmaker. Hij maakt onder anderen de podcasts De Wit & De Wereld en Boekestijn & De Wijk, waarin voornamelijk geschat wordt hoe lang het nog gaat duren voor de Russen bij ons aan de grens staan.
Ik mag die man veel te graag voor iemand die ooit voor de VVD in de Tweede Kamer zat. Bovendien heeft hij in zijn politieke leven zoveel flaters geslagen qua uitspraken dat een domme uitspraak van een Kamerlid inmiddels een ‘Boekestijntje‘ heet.
Waarom ik die man zo mag, weet ik ook niet. Misschien wel omdat hij een heel aardig gevoel voor zelfspot heeft. Dat op zichzelf is bij mij al bijna genoeg om in het goede boekje te belanden. Bovendien leest hij alles wat los en vast zit en praat hij daar heel aanstekelijk over, heeft hij gevoel voor humor, en beschikt hij over iets dat veel mediafiguren ontbreekt: twijfel. Het lijkt mij ook heel aangenaam om met Arend-Jan Boekestijn een avondje lang in de kroeg ernstig van mening te verschillen over een of andere maatschappelijke kwestie.
Hoe dan ook, hij zei in zijn podcast (De Wit & De Wereld, 1 september) iets dat heel mooi gevonden was. Je zou het zelfs geniaal kunnen noemen. Hij zei:
‘Het mooie van pensioen is dat je eindelijk toekomt aan werken.’
De beste man is dit jaar 67 geworden, en zo is hij dus nu gepensioneerd medewerker van de Universiteit Utrecht. Ik dacht dat hij daar iets deftigs was, hoogleraar ofzo, maar hij gaf gewoon les. Hij was docent geschiedenis. Als je alleen docent bent op een universiteit, ben je eigenlijk een soort onderknuppel. Meestal word je er zelfs uitgewerkt als je na een aantal jaren nog steeds niet gepromoveerd bent, maar de positie van Boekestijn zal wel veilig zijn geweest door alle media-optredens. En toegegeven, hij zal het goed hebben gekund, want hij kan enthousiast vertellen. Hoe dan ook, Arend-Jan is dus met pensioen.
En nu, vindt hij, komt hij eindelijk aan werken toe.
Als wetenschapper (wat hij dus eigenlijk niet blijkt te zijn, als je goed kijkt, de genieperd) moet je een hoop: lesgeven, meedoen aan open dagen, er is een constante druk om te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften, scripties en promovendi begeleiden. Terwijl je meestal wetenschapper bent geworden uit nieuwsgierigheid, word je overladen met werk dat neerkomt op corvee.

Vanaf nu wordt onze mediaman betaald om officieel bejaard te zijn. Zo heeft hij meer tijd voor waar hij wel zin in heeft: schrijven, lezingen geven, podcasten. ‘Ik heb nog nooit zo hard gewerkt als nu! Allemaal leuke dingen.’
Ik ga dit citaat nog veel gebruiken, denk ik. Als ik straks (hier daarvoor de tijdlijn) van mijn vermogen kan leven – hoewel niet, zoals Arend-Jan, in een kasteel – ga ik doen wat ik altijd al heb willen doen. Een Boekestijntje doen: veel schrijven, veel lezen, veel reizen in Europa. Misschien begin ik zelfs wel een podcast, als niemand van jullie tegen die tijd die taak heeft opgepakt, potverdikkeme.
En dan vooral veel domme uitspraken doen, natuurlijk.

Leave a Reply