Afgelopen zondag zat ik in de kroeg. Met Firista, collega-blogger die al heeft bereikt waar ik nog van droom: een bestaan zonder kantoorkoffie en wekelijkse teammeetings.
Firista huppelt de rest van het jaar rond in Spanje en Frankrijk, en is alleen een paar weken in juli/augustus in Nederland te vangen voor iets gezelligs, dus ik keek ernaar uit.
Daar zat ik, in alle onschuld achter mijn biertje, met tegenover mij een collega-blogger. Iemand die ik toch als medestander zag in dat idiote idee dat FIRE heet. Een ervaringsdeskundige, bovendien. En wat kreeg Hoefnix op deze gedenkwaardige middag? Moeilijke vragen.
‘Je gaat toch niet twijfelen aan je eigen plan, hè?’ Haar ogen knepen skeptisch samen. Ik kroop een beetje ineen. Het werd nog erger: ‘Ik begrijp dat veel mensen terugkrabbelen, maar jou had ik anders ingeschat.’
Een aanval! Openlijke beschietingen vanaf de andere kant van het tafeltje!
Wat was hiervoor de aanleiding? Hoe had ik dit over mijzelf afgeroepen? Ik had iets gezegd in de richting van: ik moet tegen die tijd even beter bekijken of ik dan wel echt genoeg heb. ‘Tegen die tijd’ staat hier voor: als ik de 3,5 ton binnen geharkt heb die ik nodig denk te hebben. Firista dacht dat ik dreigde te vallen voor het ‘one more year syndrome’.
One more year syndrome is het verschijnsel dat toeslaat als mensen hun FIRE-bedrag hebben bereikt, en eigenlijk ontslag willen nemen, maar dat niet durven. Ze gaan twijfelen aan hun berekeningen, worden zenuwachtig over de aandelenmarkt, of denken: als ik voor de zekerheid nog één jaartje extra ga werken, dan zit ik veiliger.
En dat is ook zo. Als je een jaar langer doorwerkt, heb je meer geld, en minder tijd tot je pensioenleeftijd, dus een jaar maakt een enorm verschil voor je financiële toestand. Maar ja, je wilde ook zo snel mogelijk stoppen met werken, en je had besloten dat bedrag X genoeg is, dus waarom is dat nu ineens anders?
Het antwoord is simpel: ontslag nemen is eng. Je durft gewoon niet. Het leek zo simpel toen je hieraan begon, jaren geleden, maar nu sta je met die parachute op je rug naar beneden te kijken en ziet het er toch wel erg diep uit.
Voor de goede orde: het gaat hier niet om de vraag of je überhaupt wel wil stoppen met werken. Dat wil je, maar je durft niet.
Heb ik daar last van? Nou, ik ben nog niet eens halverwege, dus dat zou nogal vroeg zijn. Ik denk dat het me best zou kunnen overkomen, want zelfs mevrouw Hoefnix is maar een mens. En mijn plan is gebaseerd op vrij veel risico. Mijn FIRE is lean FIRE. Dan kunnen de zenuwen best toeslaan.
Maar hier speelt iets anders: ik heb niet bepaald een heel goede basis voor de aanname dat ik 3,5 ton nodig heb. Waarom is dat genoeg? Weet ik niet precies. Toen ik hieraan begon, leek het nog zo ver weg, dat zou ik tegen die tijd nog wel even nader bekijken. Eerst maar eens beginnen.
Maar nu zijn we drie jaar verder en ik heb 42% van die 3,5 ton op de beleggingsrekening staan. De tien jaar die ik optimistisch vond aan het begin van mijn plan, begint eruit te zien als een onnodig lange termijn. We moeten het allemaal nog maar zien natuurlijk, maar toch denk ik inmiddels weleens na: wat als het zo doorgaat en ik er veel sneller ben?
Dan moet je toch eens wat beter kijken naar dat bedrag dat je nodig denkt te hebben. Ik noemde het in mijn gesprek met Firista wel een ‘rekensommetje’, maar ik weet zelfs niet eens meer precies hoe ik op dit getal ben gekomen. Een schatting is waarschijnlijk een beter woord. Bovendien deed ik bij het prikken van dat bedrag een paar aannames die later niet bleken te kloppen. Ook belangrijk: veranderende belastingwetgeving en het nieuwe pensioenstelsel kunnen allebei roet in het eten gooien.
Aankomend weekend hoop ik er wat dieper op in te gaan – als ik tenminste niet weer word afgeleid door iemand die onverwachts een biertje met we wil drinken. In dat geval zullen we ook eens echt gaan rekenen: hoeveel heb ik nou precies nodig voor ik kan stoppen met werken?


Leave a Reply