Dit is een pleidooi tegen perfectionisme. Perfectie is nep. Je bereikt het nooit en mocht het toch een keer lukken, dan voor een te hoge prijs. Streef er niet eens naar. Ik wil een ander motto voorstellen: ‘wat dondert het ook, dit is goed genoeg’.
Je wil een leuke auto: keuze genoeg. Je wil de perfecte auto: je belandt in een zoektocht naar de perfecte wegligging, zuinige motor, mooie wieldoppen, geweldige stereo en, weet ik veel, de fijnste raambedieningsknoppen. Ten eerste kost dat allemaal veel te veel tijd die je nooit meer terugkrijgt, maar ten tweede is die auto idioot veel te duur. En ten derde: heb je eindelijk die auto gekocht, kom je er na een paar weken achter dat de middenstoel op de achterbank toch wat minder lekker zit. Klote! Toch niet de perfecte auto. Ineens is de geweldige auto met de ideale wegligging, de zuinige motor en de perfecte raambedieningsknoppen een stuk minder perfect. Want perfect is perfect. En jouw auto is dat niet.
Ondertussen hebben de buren een tien jaar oude Toyota Yaris in de standaard kleur die ze het leukst vonden en rijden vrolijker rond dan jij, voor een fractie van het geld.
Je hebt je doel niet bereikt: je bent minder tevreden dan de buren, en je hebt veel te veel geld uitgegeven. De markt voor ‘een leuke auto’ is bovendien competitief. Elke autofabrikant heeft een of twee auto’s in het middensegment en ze houden elkaars prijzen laag. De markt voor ‘de perfecte auto’ gaat over van alles, waaronder waarschijnlijk imago, exclusiviteit, etc, maar geld besparen zit er niet tussen. Sterker nog: hoe duurder, hoe exclusiever, dus hoe beter. De maker roept waarschijnlijk vier keer per dag ‘Geld speelt geen rol!’ Hij leeft van dat selecte groepje rijken dat zich met plezier een poot laten uitdraaien, want ze willen perfectie en geld speelt dan inderdaad geen rol. Weet je wat? We maken die raambedieningsknoppen van Madagascar Ebben. Nu zijn ze nog perfecter. Dit klinkt mij niet in de oren als een sector waar de winstmarges smal zijn, zal ik maar zeggen.
Perfectionisme kost niet alleen geld, maar ook tijd, en de behoefte aan perfectie is van zichzelf een bron van ontevredenheid.
Ik heb er even een fantastische grafiek van getekend:

Mooi hè? Selluf gemaakt.* De lijn moet een exponentiële groei voorstellen. De kosten groeien veel harder dan de opbrengst, als je streeft naar een steeds perfecter resultaat.
Als je niet rijk genoeg bent om ‘geld speelt geen rol!’ te roepen, is streven naar het beste een nog slechtere investering. Dé perfecte keuken, dé perfecte locatie voor je trouwdag, hét ideale hotel met het allermooiste uitzicht, persé een Tesla, van die dingen. De hele bruiloft-industrie is hier trouwens op gebouwd. ‘Je mooiste dag’ waarvoor ‘alleen het beste’ goed genoeg is, van dat geblabla. Een vriendin en ik vonden ooit een fantastische trouwjurk voor haar in de Peek & Cloppenburg voor 90 euro ofzo. Ze kreeg ter plekke een huilbui van de stress omdat ze zichzelf ‘cheap’ vond. Moest ze niet naar een dure winkel?? En dat terwijl volkomen vreemden in de winkel haar bleven vertellen dat ze er geweldig uitzag.
Een paar jaar later vroeg een andere bekende van mij zijn vriendin ten huwelijk, vond een officiële trouwlocatie te lang duren, huurde een circustent en een bandje en had een geweldige trouwdag in zijn eigen grasveld naast de boerderij, na het officiële deel in het gemeentehuis. Ik denk dat je met die tweede houding een leukere trouwdag hebt.
Je hebt niet alleen een leukere dag, het scheelt ook een hoop geld. Ik heb even gerekend. Een circustent huren voor een dag of twee kost bij de enige leverancier die online een bedrag noemt, €2000. Eenzelfde haastige zoekterm ‘trouwlocatie’ levert een schatting op van €5000. Een trouwjurk kost ongeveer €2000, en dat is een stuk meer dan die €90 voor de jurk van mijn goede vriendin. Zo heb je al €3000+€1910=€4910 bespaard. Wel een grote tuin nodig, maar goed, het gaat er hier om dat je gebruikt wat je hebt, en creatieve oplossingen bedenkt. Met als belangrijkste vraag: waar gaat het nou om op die dag? Wat maakt mijn bruiloft een mooie bruiloft? Eigenlijk is dat voor de meeste mensen: feestje bouwen met de mensen die we leuk vinden, omdat we zo blij zijn met elkaar.
We hebben nu maar twee voorbeelden genoemd, maar wel meteen voorbeelden die in een oogwenk duizenden euro’s bespaarden. Een heel luze nieuwe auto kost zo een ton, een Toyota Yaris van tien jaar oud gemiddeld €12.000. Dat scheelt weer €88.000. Die bruiloft kost gemiddeld €18.000, vertelt Google mij, dat kan ook voor een euro of 5.000. Net zo’n leuke dag. Met twee grote aankopen die je in je leven doet (de meeste mensen tenminste, ik heb nog nooit een auto of een trouwerij gewild) heb je in een paar minuten al een ton uitgespaard. Als je net als ik over negen jaar wilt stoppen met werken, is dat in die negen jaar €180.377 geworden. Daar kan ik zelf bijna negen jaar van leven.
Dat voorbeeld is natuurlijk een beetje flauw. De meeste mensen kopen geen auto van een ton. Maar de meeste mensen zouden er wel best een willen, denk ik. Ik zou het nog steeds niet doen als ik het geld had, want ik zou, als ik een auto kocht, gewoon een leuke auto willen. Zo een waarvan ik niet meteen een rolberoerte krijg als er een kras op komt. Want gewoon een leuke auto met een kras is nog steeds gewoon een fijne auto. Een Tesla model S met een kras is een drama.
Moraal van het verhaal: ik ben een groot fan van bedenken wat de belangrijkste waarde is van wat je wil kopen, en dat dan ook als enige prioriteit nemen. Hou je van boeken maar hoeven ze niet mooi te zijn, koop ze lekker als paperback in tweedehandswinkels. Of misschien hoeft het niet eens op papier en koop je lekker alles digitaal (vloeken in de kerk, vindt mevrouw Hoefnix, maar jij bent de baas). Of misschien hoef je ze niet eens te hebben, maar alleen te lezen, en word je lid van de bibliotheek. Scheelt ook weer een boekenkast en heel veel afstoffen.
Je houdt van lekker eten, maar wees eerlijk: proef jij in die geweldige tortellini met paddenstoelensaus het verschil tussen kastanjechampignons en shiitake? Je hebt bovendien nog een treurig stukje Hollandse kaas in de koelkast maar het recept vraagt om versgeraspte Parmezaan? Flikker er gewoon die kaas in die je al hebt. Zo verfijnd is je smaakpalet nou ook weer niet, en gezellig wordt het toch wel.
Zo doe ik dat tegenwoordig. Dat scheelt per jaar duizenden euro’s, en dat is een van de redenen dat ik het relatief makkelijk vind om genoeg geld bijeen te rapen om ergens in 2033, op mijn 55ste, tegen mijn werkgever te zeggen: het is mooi geweest. Tijd voor andere dingen.
Er zijn hier trouwens wel uitzonderingen op, hoewel ik er nu nog maar één heb bedacht. Dat is een post voor een volgende keer.
* Dat ding is op zichzelf al een goed voorbeeld van mijn punt. Ik heb hem net gemaakt met de opties die je hebt op een iPhone om foto’s op te leuken. Een screenshot gemaakt van een wit leeg scherm, en met een digitaal pennetje en de optie ‘tekst toevoegen’ mijn punt gemaakt. De meeste tijd ging nog zitten in de rode lijn, die wel de goede bocht moest hebben, anders zou het mijn argument niet illustreren. De ‘betere’ optie was geweest: een (misschien wel betaalde) app downloaden en een uur klooien om het perfect te krijgen. Of in de spreadsheet-app data invoeren die de goede grafiek zou opleveren. Of ergens een laptop zoeken en het nog beter doen. Meer tijd, en weinig extra opbrengst. Nu heb ik alleen tijd besteed aan dat wat echt waarde toevoegde: de goede rode lijn.

Leave a Reply