Elk kwartaal schrijf ik een post over de vraag: hoe is het met mijn vermogen? Lig ik nog op schema voor mijn gedroomde pensioendatum van 31 december 2029?
Nou beginnen die updates wel een beetje saai te worden. Dat heeft – naast het feit dat ik de laatste tijd wel weer genoeg over mijn vermogen heb geschreven – twee redenen:
1. de beurs blijft gestaag stijgen
De beurs weigert al een tijdje zich iets aan te trekken van de drama’s die zich in de echte wereld voltrekken, alsof de beurs niet gewoon afhankelijk is van de echte wereld.
Klimaatverandering is nu serieus de economie aan het bedreigen, in het centrum van de aandelenhandel is een kleuter bezig de rechtstaat af te breken (en die heb je toch echt nodig voor een succesvolle economie), diezelfde kleuter is trouwens ook de halve begroting van zijn land aan het spenderen aan een catastrofale oorlog in het Midden-Oosten, en oh ja. AI dreigt ons allemaal te vermoorden, als ik de experts mag geloven. Datzelfde AI waar de grootste 7 bedrijven in de S&P 500 al jaren al hun geld – en vooral ook andermans geld – in steken. (Behalve Apple, leerde ik van een podcast deze week.)
Je zou zeggen: daar word je toch een beetje zenuwachtig van. Dat worden we niet. Nou ben ik een indexbelegger, dus ik word pas zenuwachtig als iemand op 31 december 2029 de stekker uit de economie trekt – hoewel dat opgegeten worden door die AI-robots me ook best vervelend lijkt. Maar de koers van de beurzen wordt bepaald door mensen die gaan gillen als ze morgen geen winst hebben gemaakt. Waarom gaan die niet gillen? Ze gaan vooral gillen als de rente stijgt (dat vinden ze slecht) of de rente daalt (dat vinden ze goed).
Verder heb ik er ook geen verstand van. Ik blijf gewoon doordieselen in mijn inleg. En dat is verklaring nummer twee van mijn saaie kwartaalupdates:
2. Ik blijf gestaag inleggen
Vroeger deed ik nog weleens wat geks. Een grote hap extra inleggen, voornamelijk. Dat gebeurt allemaal niet meer. Ik krijg salaris op de 24e van de maand, en drie dagen later beleg ik 55% van dat salaris, volautomatisch, in mijn indexfonds. Dat is nu al sinds mei 2024 het bedrag van €2500. Nooit meer, nooit minder. Behalve in december, maar daar zullen we het de volgende kwartaalupdate over hebben.
De update
En wat is er gebeurd dit kwartaal? Niet zoveel. Ik heb €7500 ingelegd. Er kwam daarnaast een bescheiden ‘winst’ bij. Niet veel dit keer, want de rente stijgt de laatste maanden, en dat vinden beleggers dus niet leuk. Bovendien kan het niet altijd feest zijn, en feest was het vorig kwartaal al.
Ik eindigde het vorige kwartaal met €146.618, en woensdagavond, de laatste dag van september, was dat €157.773.

Ik ben weer een mijlpaal voorbij: mijn vermogen is de anderhalve ton gepasseerd. Dat ik dat nauwelijks gevierd heb, zegt veel over hoe die dingen werken: in het begin is alles spannend, en maakt winst en verlies heel veel indruk. Later raak je gewend aan grote bedragen. Dat is ook mij gebeurd: van de eerste twintigduizend was ik behoorlijk van de leg, maar deze 150k ging bijna geruisloos voorbij. Dat is extra gek omdat die 150k betekent dat ik nu over de helft van mijn doelbedrag ben. Dat realiseer ik me nu pas, tijdens het schrijven. Raar, hoor…
Dat gaat weer anders worden als ik de tweede ton binnen heb. Die gaat met veel bombarie gevierd worden, kan ik alle lezers en lezeressen verzekeren. Hopelijk ergens volgend jaar.
En de drie ton zal al helemaal tot hondsdolheid leiden, want dat is mijn FIRE-bedrag. Dat wordt het startsein voor mijn ontslag. De wijde wereld in.
Ik zeg dat nu wel, maar het is niet helemaal een automatisme. Die drie ton is ruim voldoende om eind 2029 te stoppen met werken. Stel dat ik die drie ton ineens morgenochtend blijk te hebben, dan komt dat eigenlijk te snel. Dan is mijn opgebouwde pensioenpot nog wat lager dan in 2029, en ik moet dan langer doen met die drie ton.
Tenzij die AI-robots ons toch komen opeten, natuurlijk. Dan is een tientje wellicht al genoeg, voor mijn laatste avondmaal.
Een nawoord. Ik kwam deze week een citaat tegen van Paulien Cornelisse:
“Als je twijfelt tussen wel of geen discobal, dan altijd wel een discobal.”
Briljant gezegd, en het is ongetwijfeld een deel van een nog grappiger en betekenisvoller langer citaat. En als de buurman met de klopboor thuis is en mij zijn boor kan lenen, dan ga ik straks die discobol die hier al (letterlijk) jaren in de hoek ligt, eindelijk eens ophangen.

Leave a Reply